Ik heb een kek jasje gekregen via de post. Een beetje hipster, misschien, maar hij is uit de mode en geen weldenkende hipster wil er nu waarschijnlijk nog in gezien worden. Veilig om aan te trekken dus. Onderweg naar Bagels en Beans vang ik ergens mijn eigen reflectie op. Ja. Leuk jasje. Wel een beetje koud voor die paar graden die het vandaag is, maar het is hooguit twee minuten lopen dus het komt wel goed. Ik vind hem ook erg leuk op de broek die Steffy voor me heeft achtergelaten. Helemaal zwart en dan BAM! Het kekke jasje. En mijn rode haar dat er eigenlijk onwijs bij vloekt. Kan ik het hebben? Ik denk het wel. Wie heeft er een leuk jasje? Ja ik, joehoe!

Ik open de deur van Bagels en Beans en zie Marit al zitten. Ze tekent wat in haar dummy. ‘Hoi!’ zeg ik terwijl ik naar haar toeloop. Marit begint te lachen. ‘Hey dat is toch een jasje? Ik bedoel: er zit een rits in toch?’
Goede vraag, want je ziet de rits niet. Die zit verstopt onder een extra laagje stof.
‘Jazeker!’
‘Ha! Die heb ik ook!’
‘Oh wat leu…’
‘Als theaterkostuum.’