Ik heb deze middag amper wat gedaan. Ik moet elke dag minimaal twintig pagina’s van mijn studieboek lezen, omdat ik anders achterloop.

Het gaat niet goed.

De hele middag spookt er een conflict door mijn hoofd dat ik zelf inmiddels honderd keer groter heb gemaakt dan het daadwerkelijk is. En nu is alles opgestapeld. Het moet eruit.

Halverwege de middag gooi in mijn studieboek opzij om een mail te typen. Ik moet genuanceerd zijn, maar eerlijk. Ik moet de dingen op een rij zetten en ook mijn eigen denkfouten toegeven. Ik moet open zijn, maar wel laten merken dat er geen plaats is voor onderhandelingen. Ik moet vriendelijk zijn, maar wel bij mijn eigen waarden blijven.

Na een uur kijk ik tegen een enorme lap tekst aan. Ik lees hem drie keer door, klik het concept weg, start het een half uur later weer op en druk dan op verzenden.

Ik heb meteen spijt.

Ik heb Marit nodig voor een oordeel.

Ik stuur haar acht screenshots en trommel een beetje op mijn benen. Als antwoord krijg ik een spraakbericht waarin ze blijft lachen. ‘Hahaha, tja, het is… Echt heel erg jouw manier.’

 

Het gaat niet goed.