Aan het einde van de middag schuif ik weer aan bij De Therapeut. We hebben het over Poznán, over een vliegreis, risico’s, angst en – om een of andere vage reden – over het feit dat ik niet gevangen zit in Het Geloof en hij wel. Hij lacht. ‘Ik heb denk ik liever mijn geloof dan dat van jou. Ik voel me toch een stuk veiliger.’
Wat is het ook een bijdehante….
‘Dat is ook maar een placebo effect.’ komt het in me op. Ik luister niet naar zijn antwoord, omdat ik weet dat zijn antwoord iets in de trant zal zijn van ‘’dat van jou ook.’’
‘Het is ook wel saai om zo simpel te denken.’
‘Ja?’ hij knijpt zijn ogen samen. ‘En wat is er dan prettig aan het moeilijke denken?’
Ik denk moeilijk na.
‘Is het functioneel?’
Ik knik wat. ‘Ik neem aan van wel. Anders had ik het toch wel anders gedaan?’
‘En heeft het je iets opgeleverd?’ vraagt hij. ‘Wat heb je er door gekregen?’  
Ik denk nog moeilijker na over mijn kale leven als kluizenaar. Ik vind het maar een lastige vraag. Maar dan schiet het me ineens te binnen: ‘Ik heb jou.’