Vanavond gaan George, Nick en ik naar Sikke en Tim om IT1 te kijken. Zo kunnen we het verhaal weer even terughalen voor we woensdag naar de bios gaan om Chapter 2 te bekijken.

Dat gebeurt niet.

We zitten aan tafel, praten wat en voor we het weten is het al twee uur. Ik ben inmiddels doodmoe. Dan gaan we maar naar IT2 zonder de Chaper 1 nog eens te bekijken.

Op de terugweg zeg ik dat we nog wel ‘even naar die ene kroeg kunnen gaan.’
‘Lekker Jack!’ zegt Nick meteen. ‘Doen we!’
‘Nee het was een gra…’
‘Ja!’ antwoordt George.
‘Ik ben eigenlijk best wel…’
‘Mooi plan!’ zegt Nick terwijl hij en George voor mij uit wandelen.
‘Ik dacht…’
‘Eentje Jack! Eentje kan altijd!’

We drinken er echt maar één, want de bar is gesloten. Godzijdank. We kunnen naar huis.

Op de terugweg wandelen we langs ”Het Paard”. Een groot standbeeld dat middenin de nieuwe binnenstad staat. Hij is hoog en als je een ”echte Leeuwarder” wil worden, dan moet je één keer op dat paard gezeten hebben. Dat is de regel.

Ik zie George vanuit mijn ooghoeken naar me grijzen.

Dit wordt zo’n avond waar ik héél veel spijt van ga krijgen.