Het is niet echt gebruikelijk, maar om de moordende concurrentie toch een beetje uit te schakelen, speel ik met het idee om een stageplek te zoeken voor mijn WO bachelor. Het lijkt me, vooral als je in de dertig bent als je afstudeert, niet erg handig om he-le-maal geen ervaring te hebben binnen je vakgebied. Misschien kan ik zo nog een voorsprongetje krijgen. Het zal wel niet, maar iets is in elk geval altijd beter dan niets.

Daarom vertel ik George dat ik een aantal bedrijven heb gemaild met de vraag of er een mogelijkheid is om daar als stagiaire aan de slag te gaan voor een dagdeel (of twee) in de week.
‘Goed!’ antwoordt hij direct. ‘Heb je gezegd wat je allemaal kunt?’
‘Ik heb gezegd dat ik niets kan en dat dat de reden is dat ik daar wil zijn.’
‘Nou dat is wel eerlijk. CV meegestuurd?’
‘Ik heb gewoon gevraagd óf er eventueel een plek voor me is en ik laat het verder open. Mijn CV is daarbij niet bepaald indrukwekkend voor die sector.’
George denkt na. ‘Heb je wel gezegd dat je blind kunt typen?’
Ik frons mijn wenkbrauwen. ‘Nee natuurlijk niet. Ik ben 29, geen 50.’