We zitten samen op zijn balkon. Het waait behoorlijk en het is fris geworden de afgelopen twee uur. Maar misschien, heel misschien, komt dat ook omdat het in zijn appartement duidelijk warmer is dan buiten. We praten wat, maar er vallen ook relaxte stiltes waarin ik wat om me heen kijk naar het grasveld achter zijn appartementencomplex en de balkons aan de andere kant. Mijn oog valt op een dame die haar balkon heel fanatiek aan het dweilen is. En niet eventjes. Toen ik mijn eerste wijntje dronk was ze al bezig met haar mop en nu staat ze aan de andere kant van het balkon (een meter verder dus) de plek te dweilen waar ze eerder stond. Had dat nou niet beter andersom gekund? Nu moet ze over het gedweilde stuk springen om binnen te komen.

Ik schenk nog een wijntje in en steek een sigaret op.

‘Dweil jij je balkon wel eens?’ vraag ik aan Eric.
‘Dweilen?’ Hij kijkt verbaasd. ‘Nee. Vegen doe ik wel.’
‘Ah oké.’ Ik kijk weer naar de vrouw. ‘In Arnhem had ik een balkon. Dat stofzuigde ik altijd. Is dat raar? Je balkon stofzuigen?’
‘Nee. Dat is toch gewoon elektrisch vegen?’