Ik ging afgelopen winter naar het filmhuis. Dat was toen nog nieuw voor me, want ik was in de veronderstelling dat ik niet van films hield. Ik kijk ze af en toe. Ik ben ook wel in een bioscoop geweest, maar ik denk dat dat in 33 jaar niet vaker dan (en dan schat ik het ruim) vijftien keer is voorgekomen.

Tot ik arthouse ontdekte. En je verwacht bij arthouse dat de zaal barst van de hipsters met van die grote brillen, maffe schrijvershoedjes, of andere attributen die hun gebrek aan persoonlijkheid goed moeten maken.

Dat was niet zo. Ik kwam binnen in een zaal vol 65-plussers. En er is niets mis met 65-plussers. Tot je ze in het filmhuis zet.

Ik wist de eerste keer niet wat ik zag. Iedereen had zijn telefoon op 100% volume en 100% brightness. Niemand lette op. Ze stuurden whatsapp berichtjes, keken even op Facebook, stopten hun mobiel terug in hun tas om hem er vijf minuten later weer uit te halen en te kijken hoe laat het was.

De man naast mij viel na 10 minuten in slaap en snurkte zo hard dat hij de film overstemde. De vrouw met wie hij was glimlachte alleen maar. We moesten het voor lief nemen. Dat was voor de bezoekers geen probleem; ze konden toch geen notificatie van NU.nl aan zich voorbij laten gaan en toen de film eindelijk was afgelopen, liepen ze babbelend de zaal uit.

Zo! Weer een middag gesleten.

Tijd voor thee.

De verschuiving

Tot een paar maanden terug.

Het begon als altijd: telefoons op vol volume, felle schermen en elke keer weer even kijken. Tot het ineens niet meer gebeurde.

De hele zaal keek ademloos naar het scherm. Zelfs toen de aftiteling voorbij was en de lichten feller werden, bleef iedereen doodstil zitten. Niemand zei wat. Niemand stond op. Niemand durfde zijn ogen van het scherm te halen.

Voor mij was het na 30 minuten al duidelijk dat ik naar niets anders dan het scherm zou kijken.

De tranen rolden over mijn wangen en dat ging nog anderhalf uur zo door.

Op het einde barstte ik uit in een geluidloze, maar zeer ernstige huilbui die, zelfs toen de lichten aangingen, niet ophield. Uiteindelijk stond ik op en verstopte ik mijn gezicht zo ver mogelijk in mijn sjaal. Iedereen bleef tijdens de wandeling naar buiten doodstil.

Er was geen nabespreking. Niemand had zin in een kopje thee.

En voor mij was het ook duidelijk. Ik moest weg. Ik moest naar huis. Ik moest nog drie uur huilen en nadenken over de afgrijselijke fictie die zich vanaf dat moment voor altijd in me had genesteld.

De paradox van de fictie

Hoe komt het dat we onze emoties niet onder controle kunnen houden, terwijl we tegelijkertijd weten dat we naar een verhaal kijken dat niet echt is? Waarom zijn we zo dol op fictie? En hoe beïnvloeden emoties die ontstaan door fictie onze eigen gedachten, ons eigen gedrag en onze kijk op anderen?

De eerste vraag vertoont veel overlap met een filosofisch dilemma dat bekend staat als de ‘Paradox van de Fictie’1Voor de liefhebber: Paskow. 2015. Paradoxes of Art.. Deze paradox was de grondslag voor mijn bachelorscriptie waar ik in september 2021 mee begon. Ik onderzocht de paradox zelf niet, want ik ben geen filosoof en ik heb geen ambitie om de paradox op te lossen.

De fantasie van identiteit

Het filosofische dilemma is voor de filosofen. Maar dat maakt de vraag voor de psychologie niet minder interessant, want hoe kán het nou toch dat we het onechte meenemen naar het echte? Is de een daar vatbaarder voor dan de ander? En wat zegt dat dan over die persoon?

Je kunt de emoties die opgewekt zijn door de fictie kapot rationaliseren, maar het heeft je toch geraakt ”in het echt” en daar moet je dan maar mee omgaan. En als dat gebeurt, kijk je dan anders naar situaties van omstanders? Kijk je anders naar jezelf? Voel je je misschien zoals de hoofdpersoon? Of juist helemaal niet? Heeft het gevolgen voor de manier waarop je dingen aanpakt? En kun je, als je zo versmelt met de fictie, nog steeds zeggen dat jouw lichaam, gedachten en gevoelens van jezelf zijn?

De oneindige impact

Nadat ik bijgekomen was, stuurde ik iedereen in mijn adresboek een bericht over de film. En de meeste mensen namen mijn advies ter harte: ze gingen hem kijken.

‘Doe het niet in het filmhuis’ typte ik er direct achteraan, maar het was te laat. Mijn schoonmoeder (een 65-plusser) antwoordde dat ze de dag erop al zou gaan met de vriendinnengroep.

De volgende dag stond ik te trappelen. Ik zag voor me hoe de dames volledig verslagen, verrot, versleten, verdrietig en versplinterd het filmhuis zouden uitlopen en dat kopje thee maar even lieten gaan.

Mijn schoonmoeder berichtte me pas tegen de avond: Wij vonden het echt helemaal niks.’

  • 1
    Voor de liefhebber: Paskow. 2015. Paradoxes of Art.