Als mijn leven op dit tempo doorgaat en mijn vaste lasten elke maand zo hoog blijven, dan kun je me denk ik over drie maanden failliet verklaren. Elke financiële meevaller lijkt wel tegelijk met een enorme financiele tegenvaller te komen. En dan is er nog die studie die me letterlijk mijn jaarsalaris kost. Als George er niet was geweest, dan had ik nu ergens langs de kant van de weg uit de sloot gedronken. (grapje, dan had ik me verstopt tussen de wijnvoorraad van de Gall & Gall. Zwerven op stand noem je dat).

Ik wil graag een baantje hebben, maar liever niet meer dan twaalf uur in de week, want ik studeer fulltime. Het liefst wil ik werken in een museum. Dat lijkt me geweldig. Ik voel me in de musea van Leeuwarden altijd wel op mijn gemak. Dus deze middag struin ik het internet af naar vacatures, maar alles is op vrijwillige basis. En hoe leuk het ook is; daarvan kan ik mijn studie niet betalen. Die avond doe ik mijn beklag bij George.

‘Jij wil in een museum werken?’
‘Ja!’
‘Dan moet je met mensen omgaan he.’
‘Ik kan heus wel aardig doen!’
‘De hele dag?’