Wat is boodschappen doen toch een gedoe. Ik wou dat ik George was (die iedere week hetzelfde eet), of Leon, die vooral een enorme craving heeft naar Nederlandse producten omdat hij altijd in het buitenland zit.

Leon gaat naast me staan terwijl ik naar m’n laptop staar. ‘Wat doe je?’
‘Boodschappen.’
‘Oeh! Is hier trouwens een frituurpan? Airfryer… Zoiets.’
‘Airfryer. George gaat een dubbele frituurpan kopen volgens mij.’
Leon begint te stralen. ‘Lekker! Kun je frikandellen bestellen?’
‘Dat kan.’
‘En kroketten? Bitterballen?’
‘Kan.’
‘En bolletjes.’
‘Oké.’
‘Ooooh lekker man!’ Leon wrijft in zijn handen. ‘Uitje erbij. Frikandel speciaal maken, broodje kroket.’
‘Ik ben blij dat je hier zo naar uitkijkt.’

Als de boodschappen besteld zijn, krijg ik ineens een prachtig bedrijfsidee. Zo prachtig dat ik besluit dat ik het er de hele avond over moet hebben. Leon stelt vragen. George luistert half mee, omdat hij ondertussen een frituurpan bestelt.
Na een tijdje praten, lijken ze beiden niet overtuigd. George trekt een wenkbrauw op ‘Tja, als jij dit wil doen…’
‘Weetje!’ Onderbreek ik hem. ‘Als mijn business wél werkt, en ik straks honderdair ben, dan ga ik van mijn eigen geld uit eten en dan mag jij niet mee.’
George staart me aan. ‘Prima. Ik heb een frituurpan.’