Bugles kenmerkt zich door de trechtervorm en in dat trechtertje kun je – als je het écht goed wilt doen – iets van dip of saus stoppen. Mijn favoriet is de Chef. U weet wel, die kaas met dat koksmutsje. Die heb je in naturel (niet kopen) en in kruiden (wel kopen). Inmiddels eet ik bijna nooit meer chips, maar mijn moeder kwam enkele weken terug aanzetten met een zak Bugles en een tube heksenkaas. Heksenkaas vindt zijn oorsprong bij de Witte Wieven en in de achterhoek is dit al sinds jaar en dag een succes, maar de rest van Nederland heeft het inmiddels ook ontdekt. Met als gevolg dat Heksenkaas heeft besloten een soort nieuwe Chef te worden, maar dan op een slechte manier. Het is het toch allemaal nét niet.

Ik leg de zak Bugles en de tube Heksenkaas (bijna op, dat wel) aan de kant en ga weer verder met schrijven, als George binnen komt wandelen. Ik zie dat zijn oog op de zak chips valt. Hij pakt hem vast, mompelt een halve ‘sorry’ en stopt een stukje chips in zijn mond.

George fronst. ‘Best droog, zonder iets erop.’
‘Wat wil je erop dan?’
‘Een frikandel met mayonaise.’