George en ik zijn op een belangrijke missie. Het is een chaotische missie die opperste concentratie vereist. Ik zit gebogen over een boek waar aanwijzingen op staan. Ons gesprek bestaat al uren uit ‘Na 400 meter links.’ en ‘Deze weg volg je 1.2 km tot er een bushalte staat, daar ga je dan rechtsaf.’

Het is spannend. Ondertussen moeten we ons concentreren, want naast de speurtocht met de auto, zijn er onderweg opvallende dingen die we kunnen afstrepen op onze auto-bingo kaart. Nouja, als we onze ogen goed open houden.

Op sommige locaties komen we mensen tegen die met dezelfde speurtocht bezig zijn. Met name jonge gezinnen, of bejaarden. In het autovrije dorpje waar we even besluiten rond te wandelen, lijkt iedereen zich verzameld te hebben. George mompelt ‘godverdomme’ en we besluiten dat het verstandig is om juist nu de jonge gezinnen afgeleid zijn door het dorpje, onze route te vervolgen.

De weg is rustig. Mensen in Drenthe zijn overduidelijk op de hoogte omtrent de Covid situatie.
Maar dan verschijnt er een enorm terrein dat vol staat met auto’s.

George kijkt opzij: ‘Waarom is het daar zo druk?!’
‘George…’ Ik staar hem aan. ‘Da’s een Opel dealer.’