We zitten op gepaste afstand tegenover elkaar aan tafel. Het spel is het enige wat we allemaal aanraken. Ik loop elke zoveel minuten naar de keuken voor desinfectiemiddel. De deurklinken poets ik dwangmatig zodra mensen weggaan en Leon heeft zijn schoenen uitgetrokken in de gang.

‘T is toch anders.

Twee jaar terug deden we dit spel, maar toen stonden er schaaltjes met hapjes, we knuffelden bij binnenkomst. Dat soort dingen.
Leon en Steffy hebben hun bordspellen achtergelaten toen ze gingen reizen. Vanavond trekken we ons favoriete spel tevoorschijn. Inmiddels hebben George en ik zo veel varianten van het spel. We besluiten (nadat ik – dit moet even gezegd worden – een glorieuze overwinning behaal) een andere variant te spelen.

‘Let op!’ zeg ik. ‘Is belangrijk.’
‘Hmm..’ Leon kijkt niet eens op van zijn telefoon. Hij is druk met Bumble, een of andere vrouwvriendelijke datingsapp waar hij maar over blijft doorgaan. Ik begin het spel toch maar uit te leggen.

Leon kijkt na een minuut uitleg verward op. ‘Huh wat? Dus die muntjes… Huh?’
George kijkt hem boos aan. ‘Godverdomme je zit je niet te concentreren!’
‘Wat?!’ schreeuwt Leon terug. ‘Ik ben me aan het concentreren, maar alleen op de verkeerde dingen!’